Bestanden inbedden versus aliassen aanmaken

Standaard wordt een bestand dat u bij een opbouw voegt in die opbouw ingebed. Dit betekent dat er een kopie van het bijgevoegde bestand in het opbouwbestand zelf wordt geplaatst. Als u vervolgens het opbouwbestand verplaatst of naar iemand anders stuurt, gaat het bijgevoegde bestand mee.
Als u daarentegen een map bijvoegt of tijdens het plaatsen van een bestand de Control-toets ingedrukt houdt, wordt er een alias (een 'koppeling') naar het bestand of de map aangemaakt. De alias werkt op dezelfde manier als een alias in Finder, als een verwijzing naar het feitelijke bestand. Dit betekent dat u het bestand kunt verplaatsen of er wijzigingen in kunt aanbrengen en dat in OmniOutliner wordt geprobeerd de wijzigingen te volgen. Natuurlijk wordt de verwijzing naar het bestand in de opbouw onbruikbaar als het bestand wordt verwijderd of wordt verplaatst naar een netwerkschijf die vervolgens wordt losgekoppeld of als OmniOutliner om een andere reden het bestand niet meer kan vinden. Wanneer u dus een opbouw naar iemand wilt sturen, of deze naar een andere computer wilt verplaatsen, dan moet u de bijlagen inbedden in plaats van aliassen aan te maken.